Algemeen

Terug naar navigatie - - Algemeen

Voor u ligt de laatste begroting van deze bestuursperiode 2022-2026. In deze bestuursperiode hebben we te maken gehad met een toenemende stijging van de kosten van de jeugdzorg en een daling van het gemeentefonds naar het 'ravijnjaar' 2026. Deze begroting is dan ook het sluitstuk van een tweejarige bezuinigingsoperatie om dit ravijn te dichten. Bij de kadernota is de raad in staat gesteld een keuze te maken uit een groot aantal besparingsvoorstellen, die nu geland zijn in deze begroting. Ondanks dat niet alle besloten bezuinigingen realiseerbaar zijn, is het gelukt om met deze begroting het volledige ravijn te dempen en kijken wij door onze gezamenlijke inspanningen vooruit naar een evenwichtig financieel meerjarenperspectief. Al met al presenteren we in 2026 een positief resultaat van € 73.043 oplopend tot € 1,1 miljoen in 2029. De deze maand gekomen erkenning en compensatie van het Rijk voor de hoge jeugdzorgkosten in de afgelopen jaren, zit hierin niet verwerkt. Deze willen wij gebruiken om onze financiële positie verder te versterken.

Ondanks de noodzakelijke bezuinigingen zetten we de investeringen in de belangrijkste uitdagingen van deze tijd, woningnood, klimaat en bestaanszekerheid, onverminderd door. De crises waar we vanaf de start van deze bestuursperiode mee te maken kregen, zoals de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie, hebben een plek gekregen in onze meerjarenbegroting met verschillende maatregelen om onze inwoners te ondersteunen.

In deze bestuursperiode is een groot aantal besluiten genomen om nieuwe buurten te bouwen, met ruimte voor iedere portemonnee. Deze zitten nu in de realisatiefase. Voorbeelden hiervan zijn het Nobelkwartier en Tuinstraatkwartier in De Bilt, de Oude Brandenburgerweg en Leyenseweg in Bilthoven en de Ambachtsgilden in Westbroek. We zijn ook gestart met grote nieuwe bouwprojecten, zoals de Spoorzone en de Schapenweide, die tezamen meer dan duizend nieuwe woningen zullen opleveren in de komende jaren. Wij lopen niet meer achter, maar kijken positief vooruit.

De energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne duurt voort en zorgt voor energiearmoede onder een deel van de inwoners. De Rijksoverheid stopt helaas met de financiering van energiebesparende maatregelen, maar wij stellen voor in 2026 inwoners te blijven ondersteunen, ook met hulp van de inzet van energiecoaches en klussers van BENG!. Deze maatregelen dragen ook bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen die wij verder versterken door onze programma’s voor besparen en isoleren. Daarnaast gaan we in 2026 het wettelijk warmteprogramma opstellen, een warmtebedrijf oprichten en aan de slag met drie wijkuitvoeringsplannen in het kader van de warmtetransitie.

Op het gebied van gezondheid werken we in 2026, zowel lokaal als regionaal, aan de Hervormingsagenda Jeugd van het Rijk. We willen dat kinderen kansrijk opgroeien en zetten in op de beste start met meer voorschoolse educatie (VE). Ook zorgen we voor een optimale leeromgeving door flink te investeren in moderne nieuwe scholen.

Er is niet alleen aandacht voor de jeugd, maar ook voor ouderen. Zo werken we aan valpreventie, ontwikkelen we een scootmobielpool en voeren we voorlichtingscampagnes uit om de digitale weerbaarheid te vergroten. 

Gemeente De Bilt is zuinig; we geven nog steeds per inwoner minder geld uit dan vergelijkbare gemeenten. We hebben een slanke organisatie gecreëerd, die haar uiterste best doet om wettelijke taken op een acceptabel niveau uit te voeren. Door in de afgelopen jaren gericht te kijken naar interne processen en die te verbeteren (CBR: Cyclisch, Betrouwbaar en Rechtmatig en het programma Focus en Ruimte) bieden we steeds meer structuur. Een nieuwe impuls in 2026 komt met het vertalen van de politieke doelen naar een organisatieplan en het formuleren van meetbare doelen in de eerste begroting van de nieuwe bestuursperiode.

In deze bestuursperiode zijn de kosten van de jeugdzorg verder opgelopen. We hebben zowel in 2024 en 2025 maatregelen genomen om de stijging van de kosten af te remmen. Deze maatregelen hebben tijd nodig en leveren inmiddels resultaat op. De maatregelen zetten we voort in 2026. We zien de aantallen kinderen die gebruik maken van jeugdzorg teruglopen. Incidenteel worden de gemeenten bij de septembercirculaire 2025 achteraf gecompenseerd voor de extra uitgaven aan jeugdzorg over de periode 2023-2024 die gemeenten zelf hebben betaald uit de eigen middelen. Zoals gezegd gebruiken wij deze compensatie dan ook om onze financiële positie te versterken.

Het maatregelenpakket jeugd alleen is niet voldoende om de begroting structureel sluitend te krijgen. Daarom hebben we bij de Kadernota 2026 scenario's voorgelegd. Gebleken is dat drie bezuinigingen niet realiseerbaar zijn. Het gaat hier om een structureel bedrag van € 952.000. Daarnaast hebben de motie (M75) en amendementen (A64 en A76) die bij de behandeling van de Kadernota 2026 zijn aangenomen een negatieve impact op het resultaat. Voor 2026 is dit incidenteel € 48.560, structureel heeft het een effect van € 60.000.

Ondanks alle inspanningen voor het realiseren van een gezonde financiële gemeente voor het volgende bestuur houden we onzekerheden. Zoals in de Kadernota 2026 benoemd blijven we risico's lopen in het sociaal domein en de jeugdzorg in het bijzonder. Ondanks de erkenning en de compensatie heeft het Rijk nog te weinig structurele middelen verstrekt voor de kosten van de jeugdzorg. Daarmee is het 'ravijnjaar' vooralsnog verschoven naar 2028. Het is aan een volgend kabinet om hier opnieuw over met gemeenten te gaan onderhandelen. We weten nog niet welke gevolgen de val van het kabinet, verkiezingen en een nieuwe formatie voor financiële effecten hebben. Tot slot is er ondanks de invoering van een nieuwe systematiek in 2024 voor de berekening van het Gemeentefonds, onze grootste inkomstenbron, nog weinig stabiliteit in de financiering. Daarom vinden wij het belangrijk onze eigen financiële positie te blijven versterken en meerjarig overschotten te blijven ramen.

 

Financieel perspectief

Terug naar navigatie - - Financieel perspectief

Overzicht financiële positie

Terug naar navigatie - Financieel perspectief - Overzicht financiële positie

Hieronder geven we eerst het totaalsaldo weer van alle in deze begroting verwerkte effecten. In het gepresenteerde begrotingssaldo zijn de ontwikkelingen na de kadernota zoals vermeld in paragraaf 1.3 verwerkt.

Begrotingssaldo

Saldo begroting 2026 - 2029

2026

2027

2028

2029

Saldo van baten en lasten

661.646

-961.624

-429.288

-1.122.846

Saldo mutaties reserves

-734.689

-63.511

-63.511

-63.511

Begrotingssaldo na mutaties reserves

-73.043

-1.025.135

-492.799

-1.186.357

Saldo incidentele baten en lasten (incl. mutaties reserves) -/-

59.442

 

 

 

Structureel begrotingssaldo

-132.485

-1.025.135

-492.799

-1.186.357

Voordelige saldi worden met een “min” teken gepresenteerd.

In de gemeentewet is opgenomen dat “de begroting structureel en reëel in evenwicht is”. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten, incidentele baten kunnen worden gebruikt om incidentele lasten mee op te vangen. In bovenstaand overzicht zien we dat het structurele resultaat in 2026 positief is omdat de stijging van de kosten van de jeugdzorg incidenteel is. Voor 2027 en verder is sprake van een voordelig (structureel) saldo. Dit komt door de ingeboekte scenario's. In paragraaf 4.2 hebben wij een nadere uitsplitsing van de incidentele baten en lasten opgenomen.

Algemene uitkering

Algemene Uitkering 2025 2026 2027 2028 2029
Meicirculaire 2025 78.826.845 80.908.065 81.571.465 80.531.422 82.185.750

022029ff

In bijlage 3 is een gedetailleerde opbouw van de algemene uitkering op basis van de meicirculaire opgenomen.

Reservepositie

 Verwachte stand op 31/12 (x € 1.000)

Y 2026 Y

Y 2027 Y

Y 2028 Y

Y 2029 Y

Totaal reserves/eigen vermogen

24.512

24.522

25.483

25.913

 

Schuldpositie

Huidige schuldpositie en verwacht verloop
(x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Langlopende geldleningen

80.075

90.688

105.790

113.441

112.572


De omvang van de langlopende leningen wordt hoofdzakelijk bepaald door de omvang van ons investeringsprogramma. Voor de komende jaren staan veel investeringen gepland. De belangrijkste investeringen zijn in onderwijshuisvesting, de openbare ruimte, wegen, klimaatadaptatie en de verduurzaming en investering in gemeentelijke gebouwen. Een nadere uitsplitsing van de investeringen is te vinden in paragraaf 4.6. 

Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen op basis van de begroting zoals wij die hebben opgesteld is 1,1. Hiermee ligt het weerstandsvermogen boven de Biltse norm van 1. We zien dat het weerstandsvermogen iets gedaald is. Onze weerstandscapaciteit is ongeveer gelijk gebleven. Het risicoprofiel is gestegen ten opzichte van de realisatie van 2024 en ten opzichte van de begroting 2025. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door een aantal bedrijfsvoeringsrisico's, risico's in het fysieke domein en het sociale domein.. Hierdoor staat het weerstandsvermogen enigszins onder druk. Een nadere toelichting op het weerstandsvermogen is te vinden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, hoofdstuk 3.8.

Lokale lastendruk
Ten opzichte van 2025 stijgt de gemiddelde lokale lastendruk voor een alleenstaande huurder met 3,56% en voor een gezin met 2,84%. Voor huiseigenaren stijgt de lokale lastendruk voor een alleenstaande met 4,53% en voor een gezin met 3,98%. Deze stijgingen van lokale lastendruk worden veroorzaakt doordat de rioolheffing stijgt door de afname van het waterverbruik De lastendruk voor huiseigenaren wordt procentueel hoger doordat ook de OZB stijging wordt meegenomen in het % gemiddelde lastendruk. Een nadere toelichting op de lokale lastendruk is te vinden in de paragraaf lokale heffingen, hoofdstuk 3.4.

Ontwikkelingen na de Kadernota

Terug naar navigatie - - Ontwikkelingen na de Kadernota

Saldo begroting na de kadernota

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen na de Kadernota - Saldo begroting na de kadernota

In onderstaande tabel zijn de mutaties van het begrotingssaldo 2026 sinds de kadernota 2026 opgenomen:

Saldo Begroting 2026

Y 2026 Y

Y 2027 Y

Y 2028 Y

Y 2029 Y

Saldo Kadernota 2026

-864.770

-1.945.150

-1.464.686

-2.056.064

Ontwikkelingen na kadernota

 

0

0

0

Niet te realiseren senario's

952.000

952.000

952.000

952.000

Algemene uitkering (meicirculaire 2025)

407.444

395.869

438.402

299.118

moties en amendementen

108.560

60.000

60.000

60.000

    aanvullende budget effecten

-676.277

-487.854

-478.515

 -441.411

Totaal

-73.043

-1.025.135

-492.799

-1.186.357

 

Niet te realiseren scenario's kadernota 2026

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen na de Kadernota - Niet te realiseren scenario's kadernota 2026

Bij de kadernota 2026 heeft de raad keuzes gemaakt voor scenario's om te komen tot een sluitende begroting 2026-2029. Gebleken is dat 3 bezuinigingen niet realiseerbaar zijn voor een totaal bedrag van € 952.000 structureel. Dit zijn:

  • Scootmobielen alleen voor minder draagkrachtige huishoudens vergoeden € 200.000, Dit is het volledige bedrag voor deze voorziening. De financiering van deze hulpmiddelen is aangepast van koop naar huur. Echter hebben we nog afschrijvingslasten vanuit de koop constructie. Daarbovenop komen de huurkosten voor nieuwe toewijzingen. Het volledig beschikbare budget is ingeboekt als bezuiniging.
  • 70% realisatiepercentage investeringen: vrijval kapitaallasten. In de begroting zit al een stelpost van € 400.000 voor vrijval van kapitaallasten. Hiermee is geen rekening gehouden bij de berekening voor de scenario's. Om het 70% realisatiepercentage te handhaven dient deze bezuiniging gecorrigeerd te worden met € 400.000.
  • Verbonden partijen: 3% taakstellende bezuinigingen. Aan de verbonden partijen is nadrukkelijk gevraagd om te bezuinigen. Ondanks dat bij enkele partijen een bezuiniging wordt gerealiseerd zien we ook een toename van de kosten. Hierdoor wordt de stijging van de kosten beperkt maar behalen we niet de gewenste bezuiniging voor onze eigen begroting. Het merendeel van de verbonden partijen hebben overigens geen of een beperkte bezuiniging gerealiseerd. Het totale stijging aan lasten voor de verbonden partijen blijft wel binnen de beschikbare middelen in de begroting voor indexering.

Algemene uitkering

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen na de Kadernota - Algemene uitkering

Over de ontwikkelingen in de algemene uitkering en de effecten van de meicirculaire bent u zoals gebruikelijk per brief op 1 juli 2025 geïnformeerd. In bijlage 3 staat de opbouw van de algemene uitkering voor 2026 op basis van de meicirculaire weergegeven.

De septembercirculaire is op 16 september verschenen. Deze is zoals gebruikelijk niet verwerkt in deze begroting. Over de effecten van de septembercirculaire wordt u apart per brief geïnformeerd.

Aanvullende budgetontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen na de Kadernota - Aanvullende budgetontwikkelingen

Er is een aantal ontwikkelingen die nog niet voorzien waren, die wel van invloed zijn op ons begrotingssaldo.

Budgetontwikkelingen

Y 2026 Y

Y 2027 Y

Y 2028 Y

Y 2029 Y

herberekening afval en riool

-258.227

-264.253

-257.851

-198.652

 vrijval indexering 2026

-218.050

-223.601

-220.664

-242.759

 uitstel verkoop gemeentelijk vastgoed

-200.000

 

 

 

Overige budgetontwikkelingen

-676.277

-487.854

-478.515

-441.411

Herberekening afval en riool

Bij de kadernota zijn de kosten voor afval en riool geïndexeerd voor prijsstijgingen. De tarieven, maar ook de opbrengsten, worden jaarlijks bepaald bij het opstellen van de begroting. Er wordt dan een berekening gemaakt om de kosten voor afval en riool kostendekkend te maken.

Indexering 2026

In de kadernota was de budgetontwikkeling begroot op totaalniveau. Bij de verdeling op detail kan een deel terugvloeien naar de algemene middelen.

Verkoop gemeentelijk vastgoed

Een deel van het te verkopen gemeentelijk vastgoed vindt plaats in 2026 in plaats van 2025.