Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om risico’s op te vangen zonder dat daarvoor direct het beleid moet worden aangepast. Risico’s worden in deze paragraaf vertaald naar hun financiële effect. Onder een (financieel) risico verstaan we het financiële gevolg van een onzekere (onverwachte) gebeurtenis voor de gemeente. De mate waarin de gemeente in staat is om risico’s op te vangen wordt bepaald door de omvang van de financiële effecten van de risico’s aan de ene kant en de omvang van de beschikbare middelen om de gevolgen van de risico’s op te vangen aan de andere kant. De omvang van de financiële effecten van de risico’s noemen we het risicoprofiel. De beschikbare middelen om de gevolgen op te vangen noemen we de beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit noemen we het weerstandsvermogen, ook wel de weerstandsratio genoemd. 

 

Beleidskaders

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleidskaders

In september 2019 is de Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders voor het weerstandsvermogen, de risicobeheersing en de financiële positie vastgelegd.  

Voor de financiële vertaling van de onderkende risico’s is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich in de komende 10 jaar kan voordoen. Bij het bepalen van die kans is rekening gehouden met de beheersmaatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat het risico zich voordoet. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het (minimale en maximale) financiële effect dat deze gebeurtenis zal hebben op de gemeente, rekening houdend met de beheersmaatregelen.

In het risicoprofiel worden alleen risico’s meegenomen met:

  • een gemiddelde impact groter dan € 50.000;
  • een kans van meer dan 5% dat het risico zich in werkelijkheid voordoet; en
  • een effect van minimaal € 10.000 (kans maal effect).

Bij het in kaart brengen van de risico’s is onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele risico’s. De structurele risico’s worden tweemaal meegenomen in het risicoprofiel zodat – wanneer het risico zich daadwerkelijk voordoet – de effecten wel overwogen binnen de toekomstige begrotingen kunnen worden opgevangen. Het risicoprofiel per risico wordt aan de hand van een Monte Carlo simulatie bepaald. Hierbij wordt een betrouwbaarheidspercentage van 95% gehanteerd. 

In 2026 zal de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing  worden herzien.

 

Risicoprofiel

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicoprofiel

Bij de bepaling van het gemeentelijk risicoprofiel zijn alle gemeentelijke bedrijfsactiviteiten en -processen beoordeeld op mogelijke risico’s en kansen. Op basis van deze beoordeling is de onderstaande tabel samengesteld. In deze tabel zijn per cluster alle ons bekende risico’s en kansen opgenomen. In totaal zijn 178 risico’s en kansen onderkend. Per risico wordt een risicoprofiel (RP) vastgesteld. Dit profiel wordt bepaald aan de hand van een Monte Carlo simulatie tussen de minimale en maximale impact, waarvan het gemiddelde wordt berekend verhoogd met tweemaal de standaarddeviatie om voor 95% zeker te zijn dat wanneer het risico zich voordoet, de kosten zijn gedekt. Deze uitkomst wordt vermenigvuldigd met de ingeschatte kans dat het risico zich voordoet.

In onderstaande tabel zijn de onderkende risico’s en kansen per risicocluster getotaliseerd en uitgesplitst in incidentele en structurele risico’s.

Risico’s ( X € 1.000.000)

Incidenteel

Structureel

1. Bedrijfsvoeringrisico's

€ 3,04

€ 1,60

2. Beleidsrisico's:

€ 2,33

€ 1,85

3. Eigendomsrisico's

€ 0,78

€ 0,00

4. Aansprakelijkheidsrisico's

€ 0,24

€ 0,01

5. Grondexploitaties (eigen en van derden) en achterblijvende locaties

€ 5,34

€ 0,00

6. Sociaal Domein

€ 2,60

€ 1,87

Totaal

€ 14,33

€ 5,33

 

Op basis van de onderkende risico’s komt het totale risicoprofiel uit op € 25,0 mln. Dit profiel bestaat voor € 5,3 mln. uit de structurele risico’s (deze worden tweemaal meegenomen in het risicoprofiel) en voor € 14,3 mln. uit incidentele risico’s. Bij de begroting 2025 werd het totale gemeentelijk risicoprofiel geschat op € 18,5 mln. en bij de jaarrekening 2024 werd het risicoprofiel geschat op circa € 22,2 mln. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door een aantal bedrijfsvoeringsrisico's, risico's in het fysieke domein en het sociale domein.

In onderstaande tabel zijn de grootste gemeentelijke risico’s opgenomen.

Risico’s 

Kans 

I/S 

Personeels- en organisatierisico's 

Aannemelijk 

I/S 

€ 1,12

 

Renterisico 

Waarschijnlijk 

 

€ 0,36

Gemeentehuis

Zeer Waarschijnlijk 

 

 € 1,24

CAO en inflatieontwikkeling (ongedekt)

Aannemelijk 

€ 0,47

   

Grondexploitaties / Grondbedrijfsactiviteiten derden 

Waarschijnlijk 

€ 5,17

  

WMO 

Waarschijnlijk 

I/S 

€ 0,03

€ 0,74

Jeugdzorg 

Waarschijnlijk 

I/S 

€ 0,29

€ 0,53

Inkomensondersteuning (incl. tekort BUIG) en schuldhulpverlening 

Onwaarschijnlijk 

I/S 

€ 1,11

€ 0,53

Risico's op aangevraagde subsidies  

Waarschijnlijk 

€ 0,76

 

Nieuwbouw sport en culturele voorzieningen 

Zeer onwaarschijnlijk

€ 0,89

€ 0,28

Totaal Risicoprofiel 

 

 

€ 9,84

€ 3,68

In bovenstaande tabel zijn de grootste gemeentelijke risico’s weergegeven. Per risico is de kans dat het risico zich voordoet, de aard van het risico (incidenteel dan wel structureel) en het risicoprofiel opgenomen.  

 

Toelichting op bovenstaande risico's

  1. Personeels- en organisatierisico's 
    De personeels- en organisatierisico’s worden grotendeels veroorzaakt door personele risico's zoals ziekte, arbeidsongeschiktheid, ontslag en ongedekte inhuur.   
  2. Renterisico 
    Onze huidige rekenrente is lager dan de marktrente. De rentekosten zijn sterk afhankelijk van de internationale ontwikkelingen op de geldmarkt en van de inflatieontwikkeling.  
  3. CAO en ongedekte Inflatieontwikkeling 
    De inflatie- en de loonontwikkeling lijken enigszins te stabiliseren. Ondanks dat de ontwikkeling normaliseert, blijft het een risico.
  4. Gemeentehuis
    In afwachting van nieuwbouw zal de organisatie nog een aantal jaren gebruik moeten maken van het huidige gebouw. Gezien de huidige stand van het gebouw is het mogelijk dat extra kosten moeten worden gemaakt.
  5. Grondexploitaties (eigen en van derden) en achterblijvende locaties
    De resultaten op grondexploitaties zijn altijd onzeker. We zien dat de bouwkosten erg fluctueren en dat de looptijd van projecten door onder andere procedures vaak uitlopen. Hierdoor is een goede inschatting van het resultaat en wanneer dat valt veelal lastig te maken. De gemeente stimuleert derden ontwikkelingen te realiseren binnen de gemeentelijke kaders hetgeen soms tot risico’s voor de gemeente leidt. Met betrekking tot achterblijvende locaties spelen dezelfde risico’s.
  6. WMO 
    Sinds de decentralisatie is de gemeente verantwoordelijk voor zorgbegeleiding en huishoudelijke hulp. Door de huidige prijsontwikkeling en de demografische ontwikkelingen staat de beheersing van de kosten onder druk.  
  7. Jeugdzorg  
    Sinds de decentralisatie is de gemeente verantwoordelijk voor de inzet van jeugdhulp. We zien sinds corona een sterke stijging van de vraag naar jeugdhulp. De oorzaken hiervan zijn veelsoortig en maar deels beïnvloedbaar, waarmee het moeilijk is om de kosten goed te kunnen voorspellen en beheersen.  
  8. Inkomensvoorzieningen 
    De gemeente draagt, indien nodig, zorg voor inkomensondersteuning van de gemeentelijke inwoners. Bij een economische crisis zal de gemeente deels hierin zelf moeten voorzien. Daarnaast zijn in de toekomst mogelijk extra middelen noodzakelijk voor opvang van statushouders en vluchtelingen, afhankelijk van mondiale en landelijke ontwikkelingen.  
  9. Risico's op aangevraagde subsidies 
    De gemeente kent in meer of mindere mate risico's op aangevraagde subsidies. Deze risico’s zijn in grote mate beheersbaar aangezien de uitgaven deels worden gedekt door de toegekende subsidie. Echter bij enkele gesubsidieerde projecten is nog onduidelijk hoeveel gemeentelijke middelen noodzakelijk zijn om de gesubsidieerde prestaties te realiseren.  
  10. Nieuwbouw, sport en culturele voorzieningen 
    De nieuwbouw van sport en culturele voorzieningen heeft financiële risico’s in zich. Vooralsnog lijken deze grotendeels te zijn afgedekt.   

 

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandscapaciteit

De incidentele weerstandscapaciteit

Incidentele capaciteit is het vermogen om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat dit invloed heeft op het gemeentelijke beleid. De vrij beschikbare reserves bestaan uit:

  • De vrij aanwendbare reserves
  • De vrij aan te wenden ruimte binnen bestemmingsreserves (Risicoreserve, Reserve Grondbedrijf en Reserve Sociaal Domein)
  • De stille reserves

Gemeentelijke reserves
De gemeentelijke reserves kunnen, indien zij niet bestemd zijn voor specifieke uitgaven, worden aangewend voor het opvangen van onvoorziene gebeurtenissen. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de reservepositie weergegeven.

RESERVES (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Vrije reserve 

7.582

9.055

9.670

9.583

Resultaat1

5.212

2.302

-87

-87

Risicoreserve

11.359

11.359

11.359

11.359

Bestemmingsreserves 

3.990

4.978

5.437

4.201

TOTAAL AAN RESERVES  

28.143

27.694

26.379

25.056

De stille reserves
Tot de stille reserves worden gerekend de deelnemingen en bezittingen welke niet noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering of realisatie van programmadoelstellingen en waarvan de reële waarde bij directe verkoop hoger is dan de boekwaarde. Voor de meeste deelnemingen van de gemeente is de economische waarde niet te bepalen, omdat de aandelen van deze ondernemingen niet op een (inter)nationale markt verhandeld worden. 

Doordat de afgelopen jaren het vastgoed is afgestoten wat geen maatschappelijk doel dient, zijn nu bijna alle gemeentelijke (onroerende) bezittingen inmiddels noodzakelijk voor de bedrijfsvoering of worden ingezet om beleidsdoelstellingen te realiseren. De gemeente bezit nog enkele oude bedrijfspanden, schoolpanden en woningen. De stille reserve wordt geschat op circa € 569.000.

De structurele weerstandscapaciteit

De structurele capaciteit bestaat uit de middelen die blijvend ingezet kunnen worden om tegenvallers in de begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het (meerjarig) gemeentelijk beleid.

Het betreft de volgende middelen:

  • post voor onvoorziene uitgaven
  • onbenutte belastingcapaciteit.

Onvoorziene uitgaven (jaarlijks € 105.000 beschikbaar in de begroting)

Deze structurele post in de begroting wordt gebruikt om eenmalige onvoorziene ontwikkelingen op te vangen die niet zijn begroot. Deze posten moeten voldoen aan de 3 O’s (onuitstelbaar, onvoorzien en onontkoombaar)

De onbenutte belastingcapaciteit

Hiermee wordt bedoeld de ruimte tussen de feitelijke belastingopbrengsten, leges en heffingen en de opbrengsten die de gemeente zou moeten opleggen wanneer de uitgangspunten van artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet van toepassing zijn. Artikel 12 is van toepassing op gemeenten die extra financiële ondersteuning krijgen van het Rijk. De uitgangspunten van artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet zijn:

  • alle rechten, heffingen en leges moeten kostendekkend zijn vastgesteld
  • het tarief voor de OZB moet zijn vastgesteld op 120% van het gemiddelde gewogen tarief voor de OZB uit het voor-vorig jaar (het begrotingsjaar minus 2)

WOZ-waarde woningen 1-1-2025

€ 13.169.430.000

WOZ-waarde niet woningen,  eigenaren en gebruikers samen

€ 1.639.000.000

OZB-opbrengst o.b.v. totaal WOZ-waarde

€ 15.781.614 

Gewogen gemiddelde OZB-tarief

0,1066% 

 

In onderstaande tabel is de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit opgenomen.

Bepaling van het gewogen gemiddelde OZB-tarief in de gemeente De Bilt (Begroting 2024)

OZB-percentage van de WOZ-waarde voor toelating art.12

0,1457% 

Werkelijk gewogen % WOZ-waarde gemeente

0,1066% 

Verschil

0,0391% 

Onbenutte belastingcapaciteit

 € 5.795.609 

De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit verschil tussen het gemiddelde gewogen OZB-tarief voor artikel 12 gemeenten en het gemiddelde gewogen gemeentelijke tarief maal de gemeentelijke totale WOZ-waarde.

Het gemiddelde gemeentelijke OZB-tarief komt op 0,1066%. Het gemiddelde landelijke tarief is gedaald naar 0,1457%. De daling is het gevolg van de stijging van de gemiddelde WOZ-waarden in de gemeenten. Dat het gemeentelijk percentage daalt komt omdat de gemeente heeft besloten een deel van de beschikbare belastingcapaciteit aan te wenden om de stijgende kosten af te dekken.

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

Uit onderstaande tabel blijkt dat de totale beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de begroting 2026 circa € 27,7 miljoen is. In de tabel is onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele weerstandscapaciteit. 

Weerstandscapaciteit

2026

Onvoorzien

105 

Onbenutte belastingcapaciteit

5.796 

Structurele weerstandscapaciteit

5.901

Vrije reserve

9.583

Incidenteel resultaat (cumulatief)

0

Risicoreserve

11.359

Stille reserve

569

Incidentele weerstandscapaciteit

21.511

Totale weerstandscapaciteit

27.710

 

 

Het weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Het weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is het verhoudingsgetal tussen de beschikbare en noodzakelijke weerstandscapaciteit; het risicoprofiel. In onderstaande tabel is de totale, structurele en incidentele weerstandscapaciteit afgezet tegen het totale, structurele en incidentele risicoprofiel voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026.

In miljoenen euro’s

Jaarrekening 2023

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Risicoprofiel

14,67

20,22

18,52

24,98

Structureel

2,30

3,67

2,67

5,33

Incidenteel

10,07

17,88

13,19

14,33

Weerstandscapaciteit

26,94

26,87

27,60

27,41

Structureel

5,88

5,88

5,79

5,90

Incidenteel

21,06

20,98

21,81

21,51

Weerstandsvermogen

1,84

1,43

1,49

1,10

Structureel

 2,56

1,60

2,17

1,11

Incidenteel

 2,09

1,63

1,65

1,50

Bij de berekening van het integrale weerstandsvermogen zijn de structurele risico's tweemaal meegenomen. 

In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft de raad vastgesteld dat het integrale weerstandsvermogen niet onder de 1 mag komen. De gemeentelijke weerstandscapaciteit is gestegen. Daar staat tegenover dat ook het gemeentelijke risicoprofiel hoger dan voorgaande jaren. Hierdoor staat het gemeentelijke weerstandsvermogen onder druk.

 

Gemeentelijke kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Gemeentelijke kengetallen

De netto schuldquote (al dan niet gecorrigeerd voor verstrekte leningen) geeft de verhouding weer van de gemeentelijke schulden ten opzichte van de gemeentelijke inkomsten. Dit geeft een indicatie van de schuldenlast van de gemeente.

De solvabiliteitsratio (eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente haar bezettingen financiert met eigen vermogen en daarmee aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.

De grondexploitatie geeft de verhouding weer tussen de geactiveerde waarde van de bouwgrond op de balans en de totale (geraamde) baten van de gemeenten. Dit geeft een indicatie van het risico dat de gemeente loopt met haar grondexploitaties.

De structurele exploitatieruimte geeft de structurele ruimte tussen de structurele baten en lasten in verhouding tot de totale baten, weer. Zolang de structurele exploitatieruimte positief is, ontvangt de gemeente voldoende structurele baten om alle structurele lasten af te dekken.

De gemeentelijke belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut).

In onderstaande tabel zijn de gemeentelijke kengetallen opgenomen.

Kengetallen

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Biltse norm

1a. Netto schuldquote

58,0%

65,3%

77,2%

100%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

58,0%

65,3%

77,2%

90,0%

2. Solvabiliteitsratio

20,3%

18,7%

15,9%

20,0%

3. Grondexploitatie

1,3%

1,3%

1,3%

8,0%

4. Structurele exploitatieruimte

0,2%

0,2%

0,7%

0,1%

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit1

111,9%

116,0%

116,0%

 

6. Weerstandsvermogen

1,33

1,40

1,10

1,00

1 woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde van het jaar ervoor

 

Conclusie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Conclusie

Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen, de risicobeheersing en de kengetallen is de eerste analyse of deze indicatoren aanleiding geven om te veronderstellen dat de continuïteit van de organisatie in gevaar komt. Voor een gemeente speelt dat minder sterk aangezien een gemeente niet failliet kan gaan. Toch is het zinvol om kritisch te kijken of de gemeente voldoende in staat is om risico’s op te vangen en of de kengetallen aanleiding geven tot het nemen van actie. Om die reden zijn de Biltse normen voor de kengetallen vastgesteld.  

Het risicoprofiel is gestegen ten opzichte van de realisatie van 2024 en ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt verklaard door de toename van de risico’s binnen de bedrijfsvoering, het sociale domein en het fysieke domein. Hierdoor komt het weerstandsvermogen enigszins onder druk.

Bij de kengetallen zien we dat de (netto) schuldquote stijgt als gevolg van geplande investeringen. Om deze investeringen te financieren zal moeten worden geleend. Echter het blijkt dat de geplande ambities niet in alle gevallen overeenkomstig de begroting worden gerealiseerd. Als gevolg van deze investeringen neemt de solvabiliteit af, de verhouding eigen vermogen versus totaal vermogen wordt kleiner.